Contexten toewijzen aan acties

U kunt niet alleen uw acties hiërarchisch ordenen, maar u kunt ook aan elke actie een context toewijzen. Hiermee wordt aangegeven waar u moet zijn of wat u nodig heeft om de actie te kunnen voltooien.
Wanneer aan uw acties contexten zijn toegewezen, kunt u selectief uw acties bekijken op basis van context, zodat u alleen de acties ziet die beschikbaar zijn voor waar u zich nu bevindt.
U maakt als volgt een nieuwe context:
Ga naar de contextmodus. U kunt dit op eenvoudige wijze doen door in de knoppenbalk op de knop Contexten te klikken:
Klik op de plus-knop onder aan de zijbalk.
Typ een titel voor uw nieuwe context.
U wijst als volgt een context toe aan een actie in de planningmodus:
Klik in de contextkolom voor de actie.
Typ een deel van de naam van de context die u wilt toewijzen; OmniFocus probeert een overeenkomst te vinden met wat u heeft getypt onder de namen van bestaande contexten.
Wanneer u de gezochte context vindt, selecteer deze dan. Anders kunt u de naam completeren en dan op Command-Return drukken om een nieuwe context aan te maken.
Om een context toe te wijzen in de contextmodus, sleept u de actie naar de contextingang in de zijbalk.
Contexten hiërarchisch organiseren →